5- mei GROOT LEEUWARDEN
Denise Meijer, Face to face
Denise veranderde binnen een etmaal van fitte vrouw in patiënte
“Cambuur sleepte me er doorheen”
Tekst Marije de Lange
fotografie Simon van der Woude
Denise Meijer (44) trainde driemaal per week, was twintig kilo afgevallen en voelde zich topfit. Tot ze op een avond na het sporten plotseling iets in haar borst voelde. Op 3 december 2024 kreeg zij de diagnose borstkanker. Hoe gaat het nu met haar, en vanwaar haar keuze om zich om te scholen van kapster naar specialist in haarwerken?
Wat gebeurde er op die noodlottige decemberavond?
Ik was een fanatieke sportster, en ineens voel ik in bed een knobbel in mijn borst. De huisarts heeft me – zonder onderzoek – de volgende ochtend onmiddellijk doorverwezen naar het MCL. Vier dagen later kreeg ik een mammografie en een echo. En de mededeling: “U heeft kanker, en we denken dat het is uitgezaaid.”
Binnen één dag van een fitte jonge vrouw naar patient.
Ik leefde 24 uren in doodsangst, terwijl ik wachtte op de uitslag. Daarna kreeg ik een telefoontje: goed nieuws, ik had de best behandelbare tumor. Die uitzaaiing was er gelukkig niet.
Hoe snel na de diagnose werd je behandeld?
Ik ben pas tien weken later geopereerd. De drukke decembermaand, werd er gezegd.
Dan duurt wachten lang.
Verschrikkelijk lang. Ik wilde alleen maar ‘dat ding’ eruit hebben.
De behandelingen – die je nog maar net hebt afgerond – verliepen niet van een leien dakje.
Inderdaad. Ik belandde driemaal op de Eerste Hulp door heftige bijwerkingen van de chemotherapie.
Wat voor bijwerkingen?
Een keer lag ik op de grond van de pijn, ik kon niet meer bewegen. Een nacht lang belde ik continu het ziekenhuis, door heel heftige hartkloppingen.
Hoe bleef je positief?
Ik ging zoveel als mogelijk sporten en wandelen, onderging oncologische fysiotherapie. Twee maanden na de laatste bestraling zat ik weer op mijn oude fitness niveau.
En de downfalls?
Natuurlijk waren die er ook. Ik heb zo erg gehuild toen ik mijn sportschool op Instagram zag. Dat kan ik allemaal niet meer! Mijn leven stopte, zo voelde dat. Ik was een dood vogeltje.
Voor je gezin was het vast ook heel moeilijk?
Zeker. Ik regelde hulp voor de kinderen, vooral de jongste had het heel lastig. Mijn vader is ook ziek, hij woont bij ons in huis. Mijn man nam veel zorg voor mij, en afwisselend voor mijn vader, op zich. Tussen de behandelingen door zorgde ik gewoon zelf weer voor mijn vader.
We zitten nu in jouw gloednieuwe zaak. Vertel.
In het MCL sprak ik wekelijks met een maatschappelijk werker. Zij vond mijn proces wonderbaarlijk. Ik verloor al mijn haar door de chemotherapie. Ik voelde me geen vrouw meer. Maar ik bleef positief. De maatschappelijk werker vond dat ik anderen moest helpen met mijn ervaring. Zo bouwde ik mijn onderneming op en volgde ik een studie gericht op haarwerken.
Want je kocht zelf een haarwerk.
Ja, maar eerst schoor ik al mijn haren af. Iedereen vond het prachtig staan!
Geloofde jij dat zelf?
Ja zeker. Maar voor mijn dochter van destijds zeven was het heel moeilijk. Zij lag ‘s nachts te huilen in bed en wilde absoluut niet dat ik haar zonder mutsje van school haalde. Mijn gezicht in de spiegel, zonder wimpers, wenkbrauwen en haren, vond ik eerst ook een heel akelig gezicht.
Wat deed dat haarwerk met jou?
Toen ik het opzette voelde ik: dit ben ik! Ik ging altijd opgedoft naar de behandelingen, met leuke kleding, make-up, knotjes in mijn haren.. “Goedemorgen, zet die spuit er maar in!” Ik wist dat ik diezelfde avond hondsberoerd zou worden, maar de volgende ochtend zat ik bij de fysiotherapeut en daarna was ik er weer helemaal.
En door. Je klinkt mentaal loeisterk.
Dat vond de maatschappelijke hulp dus ook. Ik kan niet wachten om het eerste haarwerk aan te meten!
Waar wacht je nog op?
Mijn pand moet officieel goedgekeurd worden. Daarna kunnen de mensen het haarwerk vergoed krijgen door de zorgverzekeraar.
Op naar een succesvolle onderneming. Hoe voel je je nu?
Uitstekend. Ik wil snel weer naar Cambuur met de hele vriendengroep. Dat heeft me er tijdens mijn ziekte doorheen geholpen. In mijn goede week, als ik geen behandeling had, speelde Cambuur thuis. Daar waren we dan bij, met de hele club.
Je kijkt vast uit naar de eerstvolgende Cambuur wedstrijd nu je fit bent Ja, ik wil zoveel mogelijk genieten, met vrienden en familie. Dat deden we al, maar nu nog meer. Het eerste wat ik zei na de diagnose was: “Ik wil de kersttafel vol met mensen hebben!”
Twee dagen na de laatste bestraling zat je in het vliegtuig.
Tien dagen Mallorca, met mijn gezin en ouders. Heel bijzonder.
Een verdiende vakantie.
Dat vond ik ook echt. Ik deed alles daar: zwemmen, zonnen onder een parasol met een doek over mijn borst.
Was je niet moe?
Daar hadden de artsen voor gewaarschuwd, maar ik heb me geen seconde moe gevoeld. Ik wilde er blijven!
Eenmaal thuis had je niets meer te doen
Inderdaad. Ik hoefde niet meer naar behandelingen. Ik wilde geleidelijk weer gaan werken. Ik ben al jarenlang kapster en ging weer knippen. In december heb ik me aangemeld voor de cursus haarwerken en alles geregeld voor mijn eigen onderneming.
Precies één jaar na de diagnose Nu je het zegt.
Alles kwam bij elkaar in 2026
Ja, ik voelde me positief, fit, en ik wilde alles aanpakken. Ik was thuiskapster, maar een haarwerk moet je aanmeten in een afsluitbaar pand met aparte ruimtes. Dat pandje heb ik nu dus. Met hulp van vrienden en familie helemaal opgeknapt. In de werkruimte oefen ik volop met het naaien en verstellen van haarwerken.
Hoe kijk je terug op je ziekteperiode?
Een echte rollercoaster. Ik heb angst- en paniekaanvallen gehad. Ik wist niet wat dat was.
Vreselijk.
Ja, zo moest ik zelf spuiten zetten in mijn been. Durfde ik niet. Na wat oxazepam (kalmerend medicijn, red.) werd ik rustiger.
Hoe ben jij veranderd?
Ik ben anders gaan kijken. En ik drink niet meer. Ik rook niet meer. Ik nam weleens een wijntje in het weekend met vrienden. Wie niet? Nou, ik doe helemaal niks meer.
Wanneer besloot je dat je nog gezonder wilde leven?
Op de dag van de diagnose. Toen ze zeiden: “Je hebt kanker,” heb ik mijn sigaretten aan een vriendin gegeven. Alsjeblieft, ik hoef ze nooit meer.
Waarom dat besluit? Je ziet het ook wel andersom: liever te dik in de kist dan een feest gemist.
Doodsangst. Ik ben zo bang geweest om dood te gaan. Toen ze tegen mij zeiden: je hebt kanker en we denken dat het is uitgezaaid dacht ik: oké, ik ga dood. Ik geloof niet, maar ik heb me op dat moment naar boven gericht en gevraagd: alsjeblieft, laat mij leven. Ik rook nooit meer, ik drink nooit meer. Ik wil blijven leven. Ik kan mijn kinderen toch niet achterlaten. Die zijn nog veel te klein, die kunnen hun moeder niet missen.
Je bent gestopt met alle middelen.
Ik heb nooit meer een druppel gedronken of een sigaret aangeraakt. En ik ben naar de kerk geweest.
Het licht gezien.
Ik ben niet kerkelijk geworden. Wel steek ik nu een kaarsje aan, als ik langs een kapel loop met mijn man; zulke rituelen. En op kerstavond bezocht ik de mis met mijn schoonzus.
Uit dankbaarheid?
Zeker, dat ik er nog ben. Ik ben blij dat ik nog leef, want het kan in een klap voorbij zijn. Het is een cliché, maar: geniet van je leven.
In clichés schuilt altijd een kern van waarheid. En de tatoeages?
Ja, die komen er nog! Zodra het kan, zet ik het logo van Pink Ribbon tussen mijn borsten.
Het gaat je goed, Denise.

